
April 1938.
Nazi-Duitsland lijft Oostenrijk in. De familie Meyer is vol ongeloof getuige van de geleidelijke onderdrukking van de Joodse bevolking.
Vader Franz, een ontwikkeld en optimistisch man, is ervan overtuigd dat zijn land zich daar niet stilzwijgend bij zal neerleggen.
Zijn kinderen delen dat vertrouwen niet. Zijn dochter Myriam verliest al snel haar baan en ook Franz krijgt spoedig een beroepsverbod opgelegd.
De wetten worden steeds strenger en de terreur neemt toe.
Wanneer de dreiging in de winter letterlijk aan hun deur staat, is het hoog tijd om hulp te vragen aan een verre neef die in Parijs woont: Max Fridman.
Maar hoe verlaat je het land wanneer het Derde Rijk geen visa meer uitreikt en de identiteitscontroles almaar strenger worden?
Zo begint een gevaarlijk spel waarin Max zijn pionnen vanuit de schaduw zal moeten verzetten.
In een stad waar angst en verraad heersen, dringt de tijd... .


